Onze aanpak

Voor het project implementatie E-Content vindt oplevering plaats op basis van resultaatafspraken. construction_grootDe resultaatafspraken bestaan uit prestaties, acceptatiecriteria en voorwaarden. Resultaatafspraken worden gemaakt om vast te stellen hoe E-Content wordt opgeleverd aan uw corporatie.

Projectuitvoering

Tijdens de implementatie van E-Content worden de volgende principes gehanteerd:

Pragmatische inzet van de Prince2 en Agile Scrum methodiek

Het projectmanagement wordt in hoofdlijnen en op pragmatische wijze uitgevoerd volgens de Prince2 en Agile Scrum methodiek, aangevuld met de ervaringen die Van Dinther opgedaan heeft tijdens eerdere implementaties.

De Prince2-methode kenmerkt zich door de gestructureerde wijze waarop (deel-)producten tot stand komen. Gedurende het project wordt gestuurd op de tijdigheid en kwaliteit van de op te leveren producten per fase. Mensgericht implementeren wordt hierbij niet uit het oog verloren. Met de Agile Scrum methodiek wordt in delen een werkend systeem beschikbaar gesteld. Hierbij wordt gericht op onderdelen die een toegevoegde waarde hebben.

Optimale inzet van de functionaliteit

E-Content wordt bedrijfsbreed ingezet. De inrichting van het systeem wordt afgestemd op de specifieke behoeften van de verschillende processen en eventuele beleidsmatige uitgangspunten. Van belang is dat alleen die modules/ functionaliteiten geïmplementeerd worden die een toegevoegde waarde vormen voor de processen van uw corporatie.

Vooraf opgeleide betrokkenen

Betrokkenen worden tijdens de voorbereidingsfase al opgeleid. Dit om inzicht te krijgen in E-content voorafgaand aan de inrichtingssessies. Met voldoende kennis over de werking van het product, zorgen we ervoor dat gebruikers beter in staat zijn om de juiste inrichtingskeuzes te maken.

Best-Practice

Methodiek

Onze ‘best-practice’ bestaat als eerste uit een methodiek. Voorheen duurde definitiefases vaak lang omdat het voor de werkgroepleden lastig was om keuzes te maken omdat ze het systeem niet kennen en daardoor een slecht beeld hadden wat de consequenties zouden zijn van bepaalde keuzes. Hierbij werd ook vaak vanaf ‘nul’ begonnen met een ontwerp, wat de keuzes maken nog lastiger maakte. Onze ‘best-practice’ methodiek gaat uit van onze standaard inrichting die wij dan ook direct kunnen tonen. Hierbij worden werkgroepleden vooraf getraind hoe dit systeem met die inrichting werkt. Vervolgens wordt die omgeving tijdens de implementatie verder verfijnd. Door deze aanpak wordt niet meer vanaf ‘nul’ gestart en krijgen kerngebruikers vooraf een beeld van de uiteindelijke werking van het systeem om zo betere keuzes te kunnen maken.

Inrichting

Op basis van eerder uitgevoerde projecten en de kennis bij Van Dinther is een ‘best-practice’ ontstaan die voor elke corporatie als basis gebruikt kan worden om de implementatie te versnellen en er een beheersbare omgeving ontstaat. Deze ‘best-practice’ bestaat uit:

  • Standaard Document Structuur Plan (DSP) in de vorm van onder ander sites, bibliotheken, inhoudstypes, dossiers en kenmerken
  • Standaard processen ten behoeve van postafhandeling en creatie
  • Standaard weergaves van onder andere schermen, taakweergaves en zoekresultaten
  • Standaard koppelingen met het primair systeem ten behoeve van:
    • Indexeertabellen (entiteit koppeling)
    • Hotkey ten behoeve van documenten opvragen vanuit het primaire systeem
    • Document spooling voor archiveren van documenten vanuit het primaire systeem
    • Stuurcodes voor sjablonen vanuit het primaire systeem
  • Standaard documenten zoals testscripts en handleidingen